Ben je als architect gids of volger

Blijkens de gestage toename van z.g.n. “Groene” gebouwen wereldwijd kunnen we concluderen dat opdrachtgevers en ontwikkelaars klimaatverandering, schaarste aan grondstoffen en verlies van biodiversiteit meer en meer serieus nemen. In beleidsplannen en programma’s wordt gezocht naar werkwijzen en producten die hiermee rekening houden. Het groene duurzame ontwerp is van trend noodzaak geworden.

Veel bedrijven in de groensector, hoveniersbedrijven, dakvergroeners e.d. hebben de laatste jaren van zich laten spreken en hierin geïnvesteerd. Waar groen aanvankelijk bestond uit gras en sedum zien we nu dat gestreefd wordt naar variatie en diversiteit in het groen. Dit vanuit het besef dat groen meer is dan een aankleding alleen. Zie voor een recent voorbeeld de gevel van de Kamer van Koophandel in Amiens [Fr] .

In dit kader wordt van architecten verwacht dat ze creatieve oplossingen aandragen om naast energie ook natuur te integreren in het ontwerp.

Maar dan blijkt dat er een kloof gaapt tussen de architectenwereld en die van biologen en ecologen. Zou het door de fixatie op het beeld zijn waardoor architecten vergeten in te zien dat gebouwen en de stad deel uit maken van een voortdurende dynamiek die natuur heet? Of is het vooral een lacune in kennis?

Mijn overtuiging is dat architecten die beweren die kennis gewoon in te kopen de plank behoorlijk mis slaan. Immers in de relatie tussen natuur en ontwerp ligt een uitdaging besloten die iedere architect zou moeten aanspreken: “Natura artis magistra” [de natuur, leermeester van de kunst]. Maar hoe kan natuur dan die meerwaarde betekenen in het architectonische ontwerp? Naar mijn mening enkel als natuur en ecologie vanaf de eerste schets worden meegenomen in het ontwerp. Natuur is dan geen toevoeging of compensatie maar vormt complementair een wezenlijk onderdeel van het ontwerp.

Om dit te bereiken hoeft men geen bioloog te zijn. Wel is het van belang oog te hebben voor natuur in de gebouwde omgeving. Interesse in ecologische processen en kennis van de ontwikkelingspotenties voor natuur in en rondom gebouwen speelt hierbij een rol.

De cursus die ik samen met bureau Regelink heb ontwikkeld kan architecten die hierin een stap willen zetten helpen. Door het geven van informatie en goede voorbeelden wordt inspiratie opgedaan. Middels workshops a.d.h. van cases vind verdieping en verbreding plaats.

Immers, architectuur die pretendeert groen en duurzaam te zijn verdient pas echt die naam als het gebouw als geheel het natuurinclusieve aspect in zich draagt. Zo is een groene gevel pas echt groen als het vlinders en bijen aantrekt. En is een gebouw pas echt landschappelijke ingepast als het naast mensen ook ruimte geeft aan de plaatselijke flora en fauna.

Victor Retel Helmrich