Ecologisch bouwen en de weerbarstige praktijk

Met ORGA architect timmert eigenaar Daan Bruggink al jaren aan de ecologische weg. Het bureau streeft ernaar om kennis uit de natuur te vertalen naar onze huidige bouwkunst. En dat doen ze met veel succes.

Welzijn van de gebruikers, de functie van het gebouw en uitstraling zijn belangrijke factoren in de architectonische principes van ORGA architect. Maar net zo van belang is de omgeving. Het bureau van Daan Bruggink past natuurlijke, milieuvriendelijke en gezonde materialen toe.

In de ontwerpen wordt dan ook veelvuldig gebruikgemaakt van natuurlijke aspecten zoals: vegetatiedaken, gevelbegroeiing, de juiste beplanting en nestvoorzieningen voor allerlei vogels, vleermuizen en insecten.

Daan Bruggink van ORGA Architecten.

Natuurlijke materialen

Daan Bruggink wilde aanvankelijk bioloog worden, maar scheikunde was niet zijn sterkste kant. Bouwen was dan ook een logische optie. Na bouwkunde aan de TU Delft werkte Bruggink bij de VIBA (Vereniging Integrale Bio-logische Architectuur, red.). Hier deed hij inzichten op met betrekking tot alle natuurlijke materialen. De start van een eigen bureau was vervolgens een logische stap.

Krijg je een bepaald stempel opgeplakt als je je als groene architect afficheert.

“We krijgen opdrachtgevers die op voorhand al geïnteresseerd zijn in ecologisch duurzaam bouwen. Tijdens het proces vragen ze nog weleens: ‘Daan, het wordt toch wel ecologisch?’” Lachend, “Dat vertel ik eigenlijk nooit, dat is zo vanzelfsprekend voor me, dat zit er gewoon in. Je hebt een budget en daar gaan we ecologisch voor bouwen. Het is integraal. Het is niet zo dat we minder ecologisch gaan bouwen als het budget minder is. Als het goedkoper moet, gaan we minder groot bouwen. Dat is wel een verschil met traditionele architecten. Die gaan duurzame maatregelen eruit halen als er bespaard moet worden.”

 

Waar loop je in de praktijk tegenaan als je rekening houdend met de natuur wil ontwerpen?

“In een ontwerp voor een boerderij in Overasselt moesten we kiezen of we een mussenvide gingen plaatsen of vogelschroot een of twee rijen hoger leggen. Met vogelschroot voorkom je dat vogels onder de dakpannen gaan broeden. Het idee was om het vogelschroot een paar pannen hoger aan te brengen. Zo kun je vogels toch gecontroleerd toelaten. Daar was de dakdekker op voorhand al tegen, die had daar helemaal geen zin in. We maken daar echter gebruik van houtvezel onder de panlatten. Dat is voor vogels een gespreid bedje, die hoeven niet meer uit te vliegen om een nest te maken. De oplossing was uiteindelijk simpel. We gaan nu om de vijf meter een mussenvide plaatsen. Maar dat waren destijds wel aardige discussies met de aannemer en dakdekker.”

 

Als je hier helemaal voorin het traject al rekening mee houdt voorkom je dit probleem dan niet?

“Daar heb je gelijk in, architecten zijn essentieel in het traject. Maar de praktijk is nog weleens weerbarstig. Wij lopen met ons bouwen veel tegen de aannemer aan. Je ziet dat veel innovaties sneuvelen omdat de aannemer dwars ligt, die gaat roepen: ‘maar dan krijg je geen garantie.’”

 

De bouw is wat dat betreft nog redelijk conservatief.

Het is vooral die strijd met de aannemer. We ondervinden vaak weerstand tegen innovaties. Je ziet dan dat ik als architect moet gaan aantonen waarom een gekozen product of maatregel veel goedkoper is. Als ik mijn mond dicht houdt over innovaties, dan gebeurt het zeker niet!”

 

Meer informatie ORGA architect http://www.orga-architect.nl/